Zomers laten meer na dan een mooie bruine kleur.
De verstikkende warmte van deze zomer dreef ons bijna tot wanhoop.
De hitte om ons heen was ondraaglijk en maakte ons prikkelbaar.
Vluchten kon niet meer, want elders nog warmer.
Zuiderse heethoofdigheid, verhitte discussies en soms discutabele maatregelen.
Maar er was ook sociale warmte die deugddoend en helend is.
De luwte van de zomeravonden bracht inzicht en wijsheid.
Een aantal beschouwingen bij recente feiten, gebeurtenissen en beslissingen in de gemeente: graffiti in BKZ; de hittegolf: BKZ ontsnapte er niet aan; openbaarheid van bestuur: de gemeente op de vingers getikt; de opruiming van graven; Singelberg in de zomer van 1585; jeugdverenigingen en de trui van Maradonna;…
Niets ontsnapt aan onze aandacht…
Street art in Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht
De gemeente heeft streetartkunstenaar Gerry Smet de opdracht gegeven om de muren van de spoorwegtunnel aan de Breestraat in Melsele te voorzien van street art. Het doel is lovenswaardig: de tunnel aantrekkelijker maken en vandalisme tegengaan. Daarbij wordt aangesloten bij een kunstvorm die wereldwijd erkenning heeft gekregen, mede dankzij iconische kunstenaars zoals Banksy.
Dat initiatief verdient waardering. Toch schuilt er een paradox in deze aanpak. De essentie van street art ligt immers net in haar spontane, onafhankelijke en vaak illegale (onvergunde) karakter. Street art is ontstaan als een vorm van vrije expressie die zich onttrekt aan institutionele controle. Wanneer de overheid deze kunstvorm volledig organiseert en regisseert, dreigt een belangrijk deel van haar oorspronkelijke betekenis verloren te gaan.
Publieke opdrachten voor street art kunnen daarom perfect samengaan met ruimte voor spontane artistieke expressie. Het publieke domein hoeft niet volledig ingevuld te worden door vooraf goedgekeurde kunstwerken. Er mag (moet) ook plaats zijn voor experiment, dialoog en onverwachte creativiteit.
Graffiti en street art verdienen bovendien een ernstige maatschappelijke benadering. Achter veel graffiti schuilen gevoelens, overtuigingen en boodschappen van mensen die weinig andere mogelijkheden ervaren om zich publiek uit te drukken. Niet elke graffiti is artistiek waardevol, maar als sociaal en cultureel fenomeen is zij wel degelijk relevant. Zij vertelt iets over de samenleving, over frustraties, dromen, protest en identiteit.
Daarom stellen wij voor dat Gerry Smet, eventueel geïnspireerd door de visie van kunstenaars zoals Banksy, een inventaris maakt van de meest betekenisvolle graffiti in de gemeente. Zo'n inventaris kan worden aangevuld met een artistieke én maatschappelijke analyse, zodat niet alleen de esthetische, maar ook de sociale betekenis van deze uitingen zichtbaar wordt.
Het dorp Doel vormt hiervoor een bijzonder interessante casus. De vele graffitiwerken in Doel worden door sommigen beschouwd als een teken (symbool) van verloedering. Tegelijk zijn zij ook het resultaat van een jarenlang politiek en maatschappelijk vacuüm. Door de onzekerheid over de toekomst van het dorp groeide Doel uit tot een unieke openluchtgalerij waar kunstenaars, activisten en andere passanten hun stem achterlieten. Achter deze beelden en teksten gaan verhalen schuil die het verdienen om onderzocht en gedocumenteerd te worden.
Tot slot pleiten wij ervoor om ook nieuwe generaties streetartkunstenaars kansen te geven. Waarom geen legale muur voorzien op een prominente locatie, bijvoorbeeld de weinig aantrekkelijke buitenwand van het SK Beveren-stadion? Zo ontstaat een dynamische plek waar talent zich kan ontwikkelen, waar kunst voortdurend evolueert en waar jongeren op een positieve manier hun creativiteit kunnen uiten.
Een dergelijk beleid combineert kwaliteitsvolle, professioneel gerealiseerde street art met ruimte voor spontane creativiteit. Op die manier kan Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht uitgroeien tot een gemeente die niet alleen kunst toont, maar ook artistieke vrijheid en maatschappelijke expressie actief ondersteunt.
Hittegolf in BKZ
Deze zomer hebben zich drie hittegolven voor gedaan. De hittegolf van juni 2026 is in België de dodelijkste hittegolf van deze eeuw, met een oversterfte van bijna 2000 mensen. Er waren 43 % meer doden dan normaal.
Hoe was de toestand in BKZ?
| Jaar | Aantal overlijdens in BKZ in juni (gegevens gemeentelijke administratie) | Officiële hittegolf in België (KMI) |
|---|---|---|
| 2021 | 37 | nee |
| 2022 | 58 | ja |
| 2023 | 47 | ja |
| 2024 | 52 | nee |
| 2025 | 56 | nee |
| 2026 | 75 | ja |
Gemiddeld aantal overlijdens
| Groep | Jaren | Gemiddelde overlijdens |
|---|---|---|
| Met hittegolf | 2022, 2023, 2026 | 60,0 |
| Zonder hittegolf | 2021, 2024, 2025 | 48,3 |
Verschil: gemiddeld 11,7 meer overlijdens (+24%) tijdens jaren waarin in juni een hittegolf voorkwam.
De resultaten suggereren dat het aantal overlijdens in BKZ hoger ligt in jaren waarin zich in juni een hittegolf voordeed.
Daarbij valt vooral op dat er in 2026 in de maand juni 75 overlijdens werden geregistreerd tegenover ongeveer 50 in andere jaren.
Er is een duidelijke tendens naar hogere sterfte tijdens jaren met een hittegolf in juni (60 tegenover 48,3 overlijdens; +24%). BKZ is dus niet ontsnapt aan de hittegolf.
Wat doet gemeentebestuur BKZ? Koelteplan?
Mede onder impuls van de campagne “Warme dagen” van de Vlaamse regering, heeft het gemeentebestuur van BKZ (ihb het Schepencollege) op 1 juni 2026 een actieplan goedgekeurd dat vooral gericht is op sensibilisering van professionele zorgverleners: huisartsen en apothekers; thuiszorgdiensten, woonzorgcentra inloophuizen en buurtwerkingen. Ook wordt ingezet om tijdens de warme dagen via alle beschikbare communicatiekanalen, de bevolking in het algemeen, te informeren over de te nemen voorzorgsmaatregelen.
Tenslotte werd ook beslist om alle thuiswonende + 70 -jarigen per brief te adviseren over de nodige voorzorgsmaatregelen.
Zelf behorende tot deze laatste doelgroep: wij hebben nooit dergelijke persoonlijke brief ontvangen.
In dergelijke crisismomenten is een campagne louter gericht op informatie een zwaktebod.
De daad moet dan bij het woord worden gevoegd.
Concreet had er toch een gemeentelijke actie kunnen worden opgezet in samenwerking met de mutualiteiten, waarbij o.m. alle personen die geregistreerd zijn met een hulpknop (noodoproep) systematisch bezocht worden (desnoods met vrijwilligers).
Dat is pas echt “outreach”, zoals het in de verkiezingsfolder van Wij -samen sterk werd aangekondigd. Zelf naar de kwetsbare mensen gaan!
Gemeentebestuur op de vingers getikt
Recent werd de burgemeester door provinciegouverneur Carina Van Cauter (Open VLD, nu Anders) op de vingers getikt naar aanleiding van een klacht van gemeenteraadslid Tina Van Havere (Vooruit).
De klacht had betrekking op een reeks vragen over de mobiliteitsproblemen in de gemeente. De burgemeester besloot echter slechts een deel van die vragen te beantwoorden. Daarmee overschreed hij zijn bevoegdheid. Het is immers niet aan de burgemeester om te bepalen welke vragen al dan niet een antwoord verdienen. De controlerende rol van de gemeenteraad en de informatieplicht tegenover de raadsleden zijn fundamentele beginselen van behoorlijk bestuur.
Dit voorval staat bovendien niet op zichzelf. Het past in een bredere tendens waarbij openbaarheid en transparantie steeds meer onder druk komen te staan.
Zo worden sinds begin 2026 geen schriftelijke verslagen van de gemeenteraad meer gepubliceerd. In de plaats daarvan geldt voortaan de audiovisuele opname als officieel verslag. Hoewel deze werkwijze volgens het Vlaams decreet inzake lokaal bestuur juridisch mogelijk is, roept zij belangrijke vragen op over de toegankelijkheid van de informatie over de besluitvorming.
De ironie wil dat de gemeenteraad bij de aanvang van elke vergadering het verslag van de vorige vergadering moet goedkeuren... terwijl er in werkelijkheid geen geschreven verslag meer voorligt. Dat is dus Kafka!
Een audiovisuele opname is immers geen volwaardig alternatief voor een schriftelijk verslag.
Niet iedere burger beschikt over de nodige digitale middelen of vaardigheden om urenlange opnames te bekijken. Wie een specifiek agendapunt wil terugvinden, moet vaak een volledige vergadering doorzoeken. Dat maakt de informatie wel beschikbaar, maar niet gemakkelijk toegankelijk. En bovendien hoort men soms schabouwelijk Nederlands dat zelfs voor eigen volk onbegrijpelijk is.
Daarnaast is er een belangrijk aspect van inclusie. Slechthorenden worden uitgesloten van de informatie wanneer geen kwalitatieve ondertiteling beschikbaar is. Openbaarheid veronderstelt dat alle burgers, ongeacht hun beperkingen, kennis kunnen nemen van het bestuur van hun gemeente.
Ook vanuit historisch en archiefkundig oogpunt is deze evolutie problematisch. Informatiedragers veranderen voortdurend. Audiocassettes, videobanden, dvd's en andere digitale formaten zijn vandaag grotendeels achterhaald of zelfs onleesbaar geworden. Het risico bestaat dat ook de huidige digitale opnames over enkele decennia niet langer raadpleegbaar zijn. Wat blijft er dan over van het democratisch geheugen van onze gemeente?
Wat met de stemmen uit het verleden?
Het geschreven woord daarentegen heeft de tand des tijds doorstaan. Een tekst is eenvoudig te bewaren, te archiveren, te raadplegen en te citeren. Hij is onafhankelijk van snel evoluerende technologieën en vormt nog steeds de meest duurzame en universeel toegankelijke informatiebron.
Daarom blijft de oude Latijnse wijsheid ook vandaag onverminderd actueel:
Scripta manent.
Geschreven woorden blijven.
Maar er is nog meer:
De gouverneur heeft aanbevolen ook de mogelijkheid tot schriftelijke vragen door gemeenteraadsleden mogelijk te maken (wat tot nu toe niet in het Reglement is voorzien).
Dat veronderstelt tevens dat al deze schriftelijke vragen en antwoorden publiek toegankelijk zijn.
Nog een verdere stap in de richting van openbaarheid van bestuur:
Elke burger moet de gelegenheid krijgen schriftelijke vragen te stellen. Hiervan moet een repertorium worden gemaakt. Vragen en antwoorden moeten gepubliceerd worden op de Website van de gemeente en dit op regelmatige wijze.
De ontruiming van graven
Vanaf augustus 2026 is de gemeente gestart met het ontruimen van graven waarvan de concessieperiode is verstreken. Duizenden graven worden geviseerd. Blijkbaar wordt dit door het gemeentebestuur hoofdzakelijk benaderd als een administratieve en zakelijke beheerskwestie: de concessie loopt af, het contract eindigt, en daarmee lijkt ook de verantwoordelijkheid op te houden. Deze systematische grootschalige aanpak is merkwaardig. Temeer omdat er blijkbaar geen nood is aan nieuwe begraafplaatsen. Op 100 overlijdens in Vlaanderen zijn er 80 crematies en nog slechts 20 traditionele begravingen (2023).
Die benadering roept fundamentele vragen op. In Otheo ( 31 mei 2024), het digitale platform van het Parochieblad, het meest gelezen weekblad van Vlaanderen, wijst professor Maarten Larmuseau (KU Leuven, genetische genealogie) erop dat er weinig transparantie bestaat over de wijze waarop menselijke resten na een grafontruiming worden behandeld. Volgens hem gebeurt dit vaak met onvoldoende respect voor de menselijke relicten. Grondwerkers gaan er wel eens prat op dat ze nog heel wat beenderen hebben opgegraven… Niemand weet wat ermee gebeurt. Het feit dat een concessie is afgelopen, verandert niets aan de aard van wat zich in een graf bevindt: het gaat nog steeds om menselijke overblijfselen, die een waardige en respectvolle behandeling verdienen. Prof. Larmuseau spreekt over gebrek in onze cultuur aan respect voor grafrust en herinnering.
Respect voor de doden is geen louter juridische of administratieve kwestie, maar een fundamentele culturele en ethische waarde. Doorheen de geschiedenis en over de grenzen van culturen en religies heen worden menselijke resten met eerbied behandeld. Ook in Europa bestond eeuwenlang de traditie om de beenderen na een ruiming samen te brengen in een knekelhuis of knekelput. Op die manier bleven de stoffelijke resten bewaard op een herkenbare plaats die tevens een blijvende herinnerings- en bezinningsplek vormde.
Het is dan ook terecht om de vraag te stellen of de huidige praktijk voldoende rekening houdt met deze menselijke, culturele en historische dimensie. Een gemeentebestuur mag zich niet beperken tot de louter administratieve afhandeling van verlopen concessies, maar draagt ook de verantwoordelijkheid om respectvol om te gaan met het funerair erfgoed en met de menselijke waardigheid van hen die ons zijn voorgegaan. Er blijven vele vragen: wat met historisch waardevolle graven die geen familielid meer hebben om een eventuele concessieverlenging aan te vragen? Bij heel wat graven die als funerair erfgoed kunnen beschouwd worden en die vermoedelijk eeuwigdurende eigendom zijn, staat ook een plakkaat met aankondiging van het einde van de concessie
Kerkhof Melsele
Het is opmerkelijk dat de ethische dimensie en het respect voor funerair erfgoed bij de huidige maatregel tot ontruiming van graven, nauwelijks aan bod komt. Men zou verwachten dat een burgemeester, zeker iemand met een christendemocratische achtergrond waarin respect voor menselijke waardigheid traditioneel een centrale plaats inneemt, bijzondere aandacht zou hebben voor deze problematiek. De vraag is dan ook of deze bezorgdheden voldoende worden meegenomen in het huidige beleid.
Wellicht leest de burgemeester al lang niet meer het Parochieblad.
Wij stellen voor dat er ter nagedachtenis van de “verwijderde” overledenen, een troostmuur of een herinneringsplek wordt ingericht (zoals o.m. in Leuven) met de namen van deze mensen en met een poëtische tekst. Hier volgt een poging:
Troostmuur
Aan de overledenen,
In deze aarde
werd een mens
ter ruste gelegd
Grafrust verstrijkt
menselijke waardigheid blijft
Niemand gaat verloren
jij bent ons geheugen
en laat ons je sporen na
Herinneren
is de trouw van de levenden
aan de overledenen
HDH, 15/8/2026
Onument (ontwerp Bas Smets) iets anders dan een trapeziumvormige strooiweide ergens in een verloren hoek (Melsele), zonder enige symbolische betekenis.
Troostmuur kerkhof Leuven
Singelberg in de zomer van 1585
Niet alleen onze zomers worden geteisterd door hittegolven.
Ook die van 1585 kende ernstige oververhitting. Alleen kwam die toen minder uit de atmosfeer dan uit de politiek en de godsdienst.
Op 17 augustus 1585 viel Antwerpen. De protestantse burgemeester Filips van Marnix van Sint-Aldegonde gaf de stad over aan Alexander Farnèse, landvoogd en veldheer van de katholieke Spaanse koning Filips II. Antwerpen was immers uitgegroeid tot een belangrijk protestants bolwerk, iets wat men in Madrid vanuit een fundamentalistisch katholicisme moeilijk kon gedogen.
De val van Antwerpen werd een beslissend moment in de verwijdering tussen de noordelijke en zuidelijke Nederlanden. Het zuiden (Vlaanderen) kwam opnieuw stevig onder Spaans-katholiek gezag, terwijl in het noorden de protestantse Republiek verder vorm kreeg.
Zo groeiden Noord en Zuid uit elkaar. De taal kon hen verbinden, maar godsdienst, politiek en machtsbelangen bleken sterker. Paradoxaal genoeg werden Noord en Zuid gescheiden door dezelfde taal. Het zou niet de laatste keer zijn dat de Nederlanden bewezen dat een gemeenschappelijke taal geen garantie vormt voor gemeenschappelijke ideeën.
Voor onze streek heeft die geschiedenis nog een bijzondere betekenis. De onderhandelingen over de overgave vonden plaats in kasteel Singelberg, het hoofdkwartier van Alexander Farnèse.
Farnèse had Antwerpen op bijzonder doeltreffende wijze in de tang genomen. Hij liet een indrukwekkende scheepsbrug over de Schelde bouwen en blokkeerde zo de bevoorrading van de stad. Voor de constructie werden onder meer eikenbomen uit de Ijzerstraat in Melsele aangevoerd. Honger bleek uiteindelijk een overtuigender onderhandelaar dan welk diplomatiek argument ook.
Vergeleken met de hertog van Alva had Farnèse nochtans de reputatie een diplomaat en verzoeningsfiguur te zijn.
In de onderhandelingen met Antwerpen bleek zijn verdraagzaamheid echter duidelijke grenzen te hebben. Over godsdienstvrijheid viel nauwelijks te onderhandelen. De protestantse Antwerpenaren kregen de keuze: zich tot het katholicisme bekennen of vertrekken.
Keuzestress was in 1585 dus beperkt.
Het gevolg was een enorme uittocht van handelaars, ambachtslieden, intellectuelen en kunstenaars naar het noorden, maar ook naar Engeland en elders. Antwerpen verloor een aanzienlijk deel van zijn menselijke en economische kapitaal. De eeuwenlange sociaal-economische en culturele achterstand van Vlaanderen wordt daardoor wel eens verklaard.
De afsluiting van de Schelde en de politieke scheiding droegen ertoe bij dat het economische zwaartepunt van de Lage Landen naar het noorden verschoof. De Gouden Eeuw begon daar te glanzen.
Van kasteel Singelberg zelf blijft vandaag niets meer over. Het werd in 1652 afgebroken.
Wat rest, is een verhoging in het landschap: een molshoop!
De naam Singelberg bleek gelukkig duurzamer dan het kasteel. Natiebaas Fernand Huts van Katoen Natie recupereerde hem voor zijn hoofdkwartier, enkele kilometers verder en dichter bij de Schelde.
Daar moet ook de grootste beiaard ter wereld weerklinken.
Of hij ook bedoeld is voor klokkenluiders, valt te betwijfelen.
Beveren heeft vandaag misschien meer aanleg voor feesten dan voor historische herdenkingen.
Toch blijft de scheiding tussen Noord en Zuid tot de verbeelding spreken. Wat indien Antwerpen in 1585 niet gevallen was? Wat indien de Nederlanden politiek verenigd waren gebleven?
Misschien vormden Nederland en Vlaanderen vandaag samen één economische grootmacht. Met Rotterdam en Antwerpen als wereldhavens, Amsterdam en Brussel als financiële en politieke centra en een bevolking van ruim dertig miljoen inwoners zou er economisch behoorlijk wat gewicht in de schaal liggen.
Of we daarmee tot de G8 (de belangrijkste economische grootmachten op wereldvlak) hadden behoord, zullen we nooit weten.
Maar één ding is zeker: Singelberg blijft liggen waar hij ligt!
KLJ-sportfeest of Werchter?
Eerste zondag van juli. Werchter draait op volle toeren. Duizenden jongeren trekken richting festivalweide. Maar niet iedereen.
Want terwijl de gitaren loeien in Werchter (en het festival zijn hoogtepunt bereikt met Cure en weliswaar maatschappelijk betrokken teksten), kiezen honderden KLJ’ers voor iets totaal anders: sporten, vendelen, wimpelen, vrienden ontmoeten en vooral samen plezier maken.
Festivalweide of sportveld?
Voor deze jongeren is de keuze snel gemaakt.
Een vader langs de zijlijn vat het simpel samen: hij ziet zijn kinderen liever hier rondlopen dan op de festivalweide van Werchter.
En misschien is dát wel het verrassende. In een tijd van TikTok, festivals, gaming en eindeloos scrollen slaagt een jeugdbeweging als KLJ er nog altijd in om massa’s jongeren samen te brengen.
Voor het 100-jarig bestaan van KLJ Melsele kwamen meer dan duizend jongeren uit de wijde omtrek (Oost-Vlaanderen) samen. Ze sportten, vendelden, wimpelden en vierden feest.
Honderd jaar KLJ. Dat verdient toch even een terugblik.
Van katholieke actie naar jeugdbeweging
Om te begrijpen waar organisaties als KLJ, Chiro, KAJ, KSA, e.a., vandaan komen, moeten we terug naar het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw.
In 1891 publiceerde paus Leo XIII de encycliek Rerum Novarum. Europa veranderde razendsnel door de industrialisering. Steeds meer mensen werkten in fabrieken, de sociale tegenstellingen werden groter.
De katholieke kerk probeerde daar een eigen sociaal antwoord op te formuleren.
Onder paus Pius X (1903-1914) kreeg ook de katholieke lekenbeweging een nieuwe impuls.
Als conservatief wou hij de katholieke zielen behoeden voor het gevaar van het “goddeloze socialisme”, dat een voedingsbodem vond in de proletarisering van de arbeiders.
Later groeide daaruit de zogenaamde Katholieke Actie: katholieken werden aangemoedigd om zich actief te organiseren in de samenleving.
En Vlaanderen? Dat werd een echt verenigingsland. De Amerikaanse socioloog Putnam noemt dit het sociaal kapitaal, wat in de VS eerder schaars is.
In zowat ieder dorp ontstonden katholieke organisaties: fanfares, turnkringen, arbeidersverenigingen, boerengilden, middenstandsverenigingen én jeugdbewegingen.
Denk aan KAJ, Chiro, BJB-KLJ en KSA.
De kerk verdween. De jeugdbeweging bleef.
Veel van die verenigingen waren vroeger sterk verbonden met de plaatselijke parochie en werden begeleid door proosten die streng waakten over de beleving (of eerder naleving) van de katholieke waarden.
Vandaag ziet de wereld er helemaal anders uit.
De meeste jeugdbewegingen hebben zich grotendeels losgewrikt uit die kerkelijke structuren. Van de oorspronkelijke strenge katholieke leer blijft in de dagelijkse werking vaak nog weinig zichtbaar. Al durven de scouts nog wel eens herinneren aan hun roemrijke stichter, Baden Powell, hoewel dat bepaald geen voorbeeldige heilige was, maar wel een hardleers Brits koloniaal in Zuid Afrika.
De jeugdverenigingen evolueerden naar open, pluralistische bewegingen waar samenleven, sociaal engagement, vriendschap en plezier centraal staan.
Ook hun publiek veranderde.
Scouts, Chiro, KSA en KLJ hebben elk hun eigen geschiedenis en cultuur. Vroeger waren er ook duidelijkere sociale verschillen tussen hun leden. Scouts werden bijvoorbeeld vaker geassocieerd met de hogere middenklasse, Chiro met arbeiders- en bediendengezinnen.
Maar zulke grenzen zijn vandaag veel minder scherp.
KLJ is daar misschien het mooiste voorbeeld van.
Ooit was het een beweging die zich heel specifiek richtte op de “boerenjeugd”. Vandaag staat KLJ open voor een veel bredere groep jongeren die wonen en leven op het platteland en in landelijke gemeenten.
En blijkbaar werkt dat.
Meer dan duizend jongeren die vrijwillig een zondag samen sporten en feesten? Dat is in 2026 allesbehalve vanzelfsprekend.
Maar is echt iedereen mee?
Toch blijft er een belangrijke vraag.
Bereiken onze traditionele jeugdbewegingen álle jongeren?
Jongeren met een migratieachtergrond vinden bijvoorbeeld nog niet altijd even gemakkelijk hun weg naar traditionele jeugdverenigingen. Ook sociale achtergrond, woonplaats en financiële mogelijkheden kunnen bepalen wie wel en niet deelneemt.
Dat verdient aandacht.
Want jeugdwerk is veel breder dan alleen Chiro, Scouts, KLJ of KSA. Er zijn jeugdhuizen, speelpleinwerkingen op vrijwilligersbasis en op gemeentelijk initiatief, naast allerlei nieuwe vormen van jongerenwerking.
En natuurlijk zijn er de sportclubs.
Jeugdbeweging versus sportclub: wat is het verschil?
Sportverenigingen bereiken enorm veel jongeren. Voetbal, basketbal, atletiek, volleybal, turnen, jiu-jitsu, hockey,…… elke week staan honderden kinderen en jongeren op een veld of in een sporthal.
Maar er is een interessant verschil met een jeugdbeweging.
In de sport draait het onvermijdelijk om presteren, selecteren en winnen. Aaron Soens, een voetbal-ingewijde, stelde in De Standaard van 11 augustus 2026 (“De ziel van het voetbal is al lang verkocht”) dat bij heel wat jeugdclubs selectie en competitie te veel centraal staan en voetbal als maatschappelijk project daardoor naar de achtergrond verdwijnt.
En precies daar ligt misschien de bijzondere kracht van een jeugdbeweging.
Je hoeft er niet de snelste te zijn. Je hoeft niet geselecteerd te worden. Je hoeft zelfs nergens bijzonder goed in te zijn.
Je moet er vooral bij zijn.
Samen een activiteit organiseren. Samen verliezen. Samen iets compleet belachelijks doen. Samen verantwoordelijkheid opnemen en opkomen tegen sociale problemen. Samen een fuif bouwen en de dag erna ook samen opruimen.
Niet de individuele prestatie, maar de groep staat centraal.
Misschien verklaart dat waarom een honderdjarige beweging als KLJ nog altijd jongeren aantrekt.
Werchter heeft wereldsterren, lichtshows en gigantische podia.
KLJ heeft een sportveld of gewoon maar een weide, een vlag, een groep vrienden en een vereniging die al honderd jaar meegaat.
En blijkbaar zijn dat voor heel wat jongeren nog altijd meer dan genoeg redenen om op die eerste zondag van juli níét naar Werchter te gaan.
De trui van Maradona
Recent, in mei 2026, werd een voetbaltrui van Maradona verkocht door niemand minder dan onze nationale doelmanlegende Jean-Marie Pfaff.
Het ging om het shirt dat Maradona droeg tijdens de halve finale van het WK 1986 tussen Argentinië en België. Na de wedstrijd wisselden Maradona en Pfaff van shirt. Alsof dat historisch gezien nog niet voldoende was, signeerde Maradona het shirt in 2016 ook nog persoonlijk voor Pfaff. Het relict werd vervolgens veertig jaar lang privé gekoesterd door de voormalige doelman. Hij ging er mee slapen.
De veiling vond plaats op 23 mei 2026 bij veilinghuis Millon Auction Group in Parijs. Vooraf was een startprijs van €350.000 vastgesteld. Uiteindelijk werd het shirt verkocht voor €520.000, volgens het veilinghuis meteen goed voor een Frans record voor een voetbalshirt op een openbare veiling.
Het shirt maakte deel uit van Pfaffs uitgebreide verzameling voetbalmemorabilia, met ook shirts van onder anderen Johan Cruyff en Michel Platini. Pfaff verklaarde dat hij zijn collectie wilde doorgeven aan verzamelaars die de historische waarde ervan weten te waarderen en dat ook financieel tastbaar kunnen maken.
Ter vergelijking: het beroemdste Maradona-shirt, gedragen tijdens de kwartfinale tegen Engeland op hetzelfde WK – jawel, de wedstrijd van de legendarische "Hand van God" – werd in 2022 geveild voor ruim £7,1 miljoen, ongeveer 8,3 miljoen euro. Goddelijke interventies blijken ook op de memorabilia-markt een aanzienlijke meerwaarde te hebben.
De verkoop in Parijs verliep veel succesvoller dan verwacht. Het Maradona-shirt was eerder al aangeboden bij een befaamd Engels veilinghuis met een openingsprijs van €640.000, maar vond toen geen koper. In Parijs werd de instapprijs wijselijk verlaagd naar €350.000. Prompt ontstond een langdurige biedstrijd tussen aanwezigen in de zaal en online deelnemers. Uiteindelijk werd het shirt afgehamerd op €520.000.
De naam van de koper werd niet bekendgemaakt.
Niet alleen het Maradona-shirt bracht aardig wat op. Een zeldzaam shirt van Johan Cruyff uit Pfaffs collectie werd geschat op €30.000 à €40.000, maar bracht uiteindelijk maar liefst €169.000 op.
Een gemiste historische kans voor de gemeente BKZ?
Voor amper €520.000 had men een authentiek Maradona-shirt kunnen verwerven. Een bescheiden investering dus voor wie droomt van een schrijn – of, waarom niet, een heus voetbalmuseum – aan de ingang van het SK Beveren-stadion.
Daar hadden dan Maradona, Cruyff en andere voetbalgoden waardig kunnen worden vereerd, terwijl voetbalsupporters uit binnen- en buitenland eerbiedig en massaal richting Beveren, konden trekken. Lourdes heeft zijn grot, Santiago zijn pelgrimsroute en Beveren had zijn Maradona-Pfaff heiligdom.
We denken te kortzichtig en te klein.
Misschien heeft het gemeentebestuur, vooruitziend en wars van goedkope publiciteit, gewoon discreet meegedaan aan de biedstrijd en is BKZ de anonieme koper.
HDH, 25 augustus 2026
Reactie plaatsen
Reacties